20 juni 2013: Later, als ik groot ben…

Vandaag is het exact 45 jaar geleden dat ik het zonlicht zag. Ook toen scheen de zon, zo vertelde mijn moeder. Een warm welkom in een warm nest. Ik telde 10 vingertjes, 10 teentjes, zag niet blauw of niet geel, en had een piemeltje waarmee ineens werd bevestigd dat ik een jongen was. Kortom, een ‘kloek’ en gezond baasje als ultieme bekroning van de liefde tussen mijn beide ouders.

Al snel bleek dat ik ‘een rappe’ was: ik liep al op mijn 10de maand, sprak snel mijn eerste woorden en verwierf binnen de familie na enkele jaren de titel  ‘de kleine advocaat’. Dat ik als kleuter graag op de schoot van de lesgevende nonnetjes zat, is een hoofdstuk dat ik graag tot dit ene zinnetje wil beperken. Veel liever vertel ik over een hele reeks toffe vriendjes en vriendinnetjes, met tal van leuke herinneringen daaraan gekoppeld.

In die periode wou ik graag, zoals zovelen, politieman worden, of profvoetballer, of misschien dichter, of misschien toch advocaat… Je weet wel: “Later, als ik groot ben…”

Het lager onderwijs temperde de ambities niet. Zes jaar na elkaar werd ik eerste van de klas. ‘Primus’ heette dat, met een bijhorend krantenartikel als gevolg. O ja, ik vergeet er nog bij te vertellen dat ik kort voor het einde van het laatste schooljaar op het laatste nippertje deelnam (onder lichte dwang van mijn moeder) aan een nationale opstelwedstrijd over de Tweede Wereldoorlog. Enkele weken later mocht ik in het auditorium van de Gentse universiteit uit handen van de Procureur des Konings de “Adrien De Groote” prijs in ontvangst nemen, een hele eer.

Het sprak voor zich dat ik Latijn zou gaan volgen. De meeste van mijn vrienden kozen voor een andere school. Veel liever had ik hen gevolgd, maar dan beperkte ik mijn mogelijkheden, zo werd mij verteld. Je weet wel, voor later…

Het Latijn werd geen succes, de zes jaar ‘moderne’ met latere keuze voor de ‘wetenschappelijke A’ met de klemtoon op wiskunde werd dat wel. Dit met het onvermijdelijke gevolg dat de lat alweer hoog moest komen te liggen. Niet gedwongen, het leek gewoon ook logisch. Het werd Economie aan de Gentse universiteit. Met het meeste kans op een goede job, voor later…

Het werd de slechtste studieperiode uit mijn geschiedenis. Ik voelde me er absoluut niet goed en ontwikkelde mezelf tussentijds tot een kampioen in caféspelen, wellicht niet zo goed voor later, maar wel leuk… 🙂 Mijn plichtsbesef stimuleerde me weliswaar op mezelf te herpakken, wat ik ook deed tijdens een succesvolle studie aan de hogeschool. Expeditie werd het, een keuze met vele talen, je weet nooit waar het goed voor is, moet ik toen hebben gedacht.

Ik zou zo nog eventjes door kunnen gaan en ook mijn professionele loopbaan uit de doeken doen. Maar, los van het feit dat u daar wellicht niet zit op te wachten, wordt het misschien het moment voor het trekken van enkele conclusies.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik nooit echt heb geweten waar ik ‘later’ naartoe wou. Ik was niet het type persoon die op zijn 12e, op zijn 18e, of zelfs niet op zijn 23e, wist voor welke job hij in de wieg gelegd was. Ik heb mijn best gedaan om te voldoen aan de verwachtingen, en vooral op het maximaliseren van kansen voor later…

Het doel lag hem niet zozeer in het behalen van een bepaalde titel of een bepaalde job, doch wel in het creëren van een bepaalde situatie. Ik wou met de capaciteiten die ik had, mijn karakter, mijn goede en slechte eigenschappen, mijn doorzettingsvermogen, mijn zwaktes, een situatie creëren waarin ikzelf en mijn omgeving gelukkig konden zijn. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat dit project wellicht teveel de nadruk heeft gelegd op… later… Waar het vroeger was ‘later als ik groot ben’, verschoof het naar ‘later als er kinderen zijn’, ‘later als de kinderen groot zijn’, enzoverder.

Dat ik grotendeels geleefd werd, mezelf achterna liep, belangrijke elementaire zaken verwaarloosde en volledig werd opgezogen door bepaalde actoren binnen de westerse maatschappij, ontging me echter volledig.

Op datum van vandaag word ik gedwongen om, vroeger dan gepland, omwille van een uitzichtloze ziekte, mezelf luidop de vraag te stellen: “Is dit nu later?”

is dit nu later?
is dit nu later als je groot bent
een diploma vol met leugens
waarop staat dat je volwassen bent
is dit nu later?
is dit nu later als je groot bent
ik snap geen donder van het leven
ik weet nog steeds niet wie ik ben
is dit nu later?
(Stef Bos)