20 juni 2013: Later, als ik groot ben…

Vandaag is het exact 45 jaar geleden dat ik het zonlicht zag. Ook toen scheen de zon, zo vertelde mijn moeder. Een warm welkom in een warm nest. Ik telde 10 vingertjes, 10 teentjes, zag niet blauw of niet geel, en had een piemeltje waarmee ineens werd bevestigd dat ik een jongen was. Kortom, een ‘kloek’ en gezond baasje als ultieme bekroning van de liefde tussen mijn beide ouders.

Al snel bleek dat ik ‘een rappe’ was: ik liep al op mijn 10de maand, sprak snel mijn eerste woorden en verwierf binnen de familie na enkele jaren de titel  ‘de kleine advocaat’. Dat ik als kleuter graag op de schoot van de lesgevende nonnetjes zat, is een hoofdstuk dat ik graag tot dit ene zinnetje wil beperken. Veel liever vertel ik over een hele reeks toffe vriendjes en vriendinnetjes, met tal van leuke herinneringen daaraan gekoppeld.

In die periode wou ik graag, zoals zovelen, politieman worden, of profvoetballer, of misschien dichter, of misschien toch advocaat… Je weet wel: “Later, als ik groot ben…”

Het lager onderwijs temperde de ambities niet. Zes jaar na elkaar werd ik eerste van de klas. ‘Primus’ heette dat, met een bijhorend krantenartikel als gevolg. O ja, ik vergeet er nog bij te vertellen dat ik kort voor het einde van het laatste schooljaar op het laatste nippertje deelnam (onder lichte dwang van mijn moeder) aan een nationale opstelwedstrijd over de Tweede Wereldoorlog. Enkele weken later mocht ik in het auditorium van de Gentse universiteit uit handen van de Procureur des Konings de “Adrien De Groote” prijs in ontvangst nemen, een hele eer.

Het sprak voor zich dat ik Latijn zou gaan volgen. De meeste van mijn vrienden kozen voor een andere school. Veel liever had ik hen gevolgd, maar dan beperkte ik mijn mogelijkheden, zo werd mij verteld. Je weet wel, voor later…

Het Latijn werd geen succes, de zes jaar ‘moderne’ met latere keuze voor de ‘wetenschappelijke A’ met de klemtoon op wiskunde werd dat wel. Dit met het onvermijdelijke gevolg dat de lat alweer hoog moest komen te liggen. Niet gedwongen, het leek gewoon ook logisch. Het werd Economie aan de Gentse universiteit. Met het meeste kans op een goede job, voor later…

Het werd de slechtste studieperiode uit mijn geschiedenis. Ik voelde me er absoluut niet goed en ontwikkelde mezelf tussentijds tot een kampioen in caféspelen, wellicht niet zo goed voor later, maar wel leuk… 🙂 Mijn plichtsbesef stimuleerde me weliswaar op mezelf te herpakken, wat ik ook deed tijdens een succesvolle studie aan de hogeschool. Expeditie werd het, een keuze met vele talen, je weet nooit waar het goed voor is, moet ik toen hebben gedacht.

Ik zou zo nog eventjes door kunnen gaan en ook mijn professionele loopbaan uit de doeken doen. Maar, los van het feit dat u daar wellicht niet zit op te wachten, wordt het misschien het moment voor het trekken van enkele conclusies.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik nooit echt heb geweten waar ik ‘later’ naartoe wou. Ik was niet het type persoon die op zijn 12e, op zijn 18e, of zelfs niet op zijn 23e, wist voor welke job hij in de wieg gelegd was. Ik heb mijn best gedaan om te voldoen aan de verwachtingen, en vooral op het maximaliseren van kansen voor later…

Het doel lag hem niet zozeer in het behalen van een bepaalde titel of een bepaalde job, doch wel in het creëren van een bepaalde situatie. Ik wou met de capaciteiten die ik had, mijn karakter, mijn goede en slechte eigenschappen, mijn doorzettingsvermogen, mijn zwaktes, een situatie creëren waarin ikzelf en mijn omgeving gelukkig konden zijn. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat dit project wellicht teveel de nadruk heeft gelegd op… later… Waar het vroeger was ‘later als ik groot ben’, verschoof het naar ‘later als er kinderen zijn’, ‘later als de kinderen groot zijn’, enzoverder.

Dat ik grotendeels geleefd werd, mezelf achterna liep, belangrijke elementaire zaken verwaarloosde en volledig werd opgezogen door bepaalde actoren binnen de westerse maatschappij, ontging me echter volledig.

Op datum van vandaag word ik gedwongen om, vroeger dan gepland, omwille van een uitzichtloze ziekte, mezelf luidop de vraag te stellen: “Is dit nu later?”

is dit nu later?
is dit nu later als je groot bent
een diploma vol met leugens
waarop staat dat je volwassen bent
is dit nu later?
is dit nu later als je groot bent
ik snap geen donder van het leven
ik weet nog steeds niet wie ik ben
is dit nu later?
(Stef Bos)

11 november 2012 (bis): Het geschenk…

HET GESCHENK

I
Hij trok het schuifken open,

Het knaapje stond aan zijn zij,

En zag het uurwerk liggen: “Och, Grootvader, geef het mij?”

“Ik zal ’t u wel eens geven,

Toekomende jaar misschien, Als gij wel leert en braaf zijt,” Zei de oude, “wij zullen zien.”

“Toekomend jaar!” sprak het knaapje,

“O Grootvader, maar dan zoudt Ge lang reeds kunnen dood zijn;

Ge zijt zo ziek en zo oud!”

En de oude man stond te peinzen, En hij dacht: “Het is wel waar,”

En zijn lange vingren streelden Des knaapjes krullend haar.

Hij nam het zilvren uurwerk, En de zware keten er bij, En lei ze in de gretige handjes,

“’t Komt nog van uw vader,” sprak hij.

(Rosalie Loveling)

Zonder woorden…

Fijne dag nog,

Alain

05 augustus 2012: Belangrijk…

Belangrijk

Het is maar goed dat we ons zelf belangrijk vinden. Als het eens niet zo was, waar moest het dan wel heen! Och och, we hoeven en geen doekjes om te winden: dan stortte werkelijk de maatschappij ineen.

Want stel u voor dat we onszelf ineens eens zagen zoals de anderen ons zien. Hoe zou dat zijn? Dat was afschuwelijk! Dat was niet om te dragen! We wierpen ons waarschijnlijk voor de dieseltrein.

Ofwel, we zouden ons in ‘t kolenhok verschuilen. Geen mens zou ooit nog meer geloven in zijn werk. Meneer hiernaast zou in de gang gaan zitten huilen: ‘Ik ben een vlerk… ik ben een nietsnut en een vlerk…’

En al de grote directeuren van bedrijven gingen beschaamd en heel verdrietig naar hun bed; ook de politici… ze zouden binnen blijven, de ambtenaren kropen achter het buffet.

Geen enk’le spreker zou nog één keer durven spreken, geen enk’le chef zou ooit een chef meer durven zijn, geen enk’le predikant zou ooit meer kunnen preken, de boel lag stil, volledig stil op elk terrein.

Gelukkig zijn we niet op die manier ontluisterd. Wat is het eigenlijk toch prachtig ingericht, dat de natuur ons stuk voor stuk heeft ingefluisterd: vergeet het niet, je ben een mens van groot gewicht.

(Annie M.G. Schmidt)

PS: sad but true (niet onze buren want dat zijn fantastische mensen 🙂 !)…fijne dag nog,

Alain

14 februari 2012: De Morgen…

‘De Morgen’ is zowat het eerste dat ik lees elke morgen… Het is niet de enige kwaliteitskrant in België, maar na enkele kranten geprobeerd te hebben, zijn we bij ‘De Morgen’ blijven plakken. De zogenaamde zuil die ermee verbonden wordt, heeft met onze motivatie niets te maken. We vinden het gewoon een leuke krant …

Het moet echter gezegd dat de recente facelift ons nog niet heeft kunnen overtuigen. De diverse inzichtelijke katernen van vóór de facelift lagen ons een stuk beter. Ook is er de indruk dat de klemtoon ook wel enigszins is veranderd. Maar, zoals het telkens weer wennen is aan iets nieuws, zal het ook met deze facelift wel lukken …

Als ik schrijf voor de blog, is dan ook niet vreemd dat hier en daar wat inhoud wordt geïnspireerd door wat ik ’s morgens op mijn troon (aka douche- toiletstoel ) aan informatie tot mij heb genomen. Er staat over het algemeen trouwens weinig vrolijks in zo’n krant. Is dat dan omdat er niets vrolijks gebeurt, of is het eerder om de niet aflatende honger naar sensatie en meer van dat soort gein te stillen …?

Op enkele bladzijden tijd word je geconfronteerd met lokaal- en wereldnieuws. Landen op de rand van het faillissement, politieke intriges, monsterlijke pedofielen en helaas ook deze week, het overlijden van een van de grootste zangeressen van mijn ( en misschien ook uw ) generatie. Wat een talent, wat een zonde. Over de doodsoorzaak is ‘nog niets bekend’, maar wat het ook moge zijn, de tol van roem en succes zal wellicht weer een hoofdrol spelen. Er zijn minstens zoveel artikelen over Whitney verschenen toen het minder ging, dan toen het allemaal van een leien dakje liep. Waarom? Lang leve de mens …!

Weliswaar van een gans andere orde, maar ook het artikel over Nathalia is mij opgevallen. U weet wel, het groot talent uit de Kempen, die enkele jaren geleden bij Idool nog een schitterende toekomst werd voorspeld. De eerste jaren verliepen als een trein. En nu, nu het wat moeilijker gaat, een artikel van drie bladzijden in onze favoriete krant. Drie bladzijden alstublieft…

De journalist in kwestie wil ermee aantonen dat er nog veel poer zit in deze Vlaamse schone. Hij had het beter niet gedaan, met zo een artikelen schrijf je de mensen hun carrière naar de filistijnen. Minutieus kwam elk wondje aan bod, er werd een klein beetje zout gestrooid, en dan was het aan Nathalia om daarop te repliceren. Laat Nathalia dat niet het grootste retorisch en filosofisch talent zijn, maar haar op die manier opvoeren, wel dat hoeft voor mij niet…

Nu ben ikzelf niet eens zo een fan van deze dame, maar ik zou maar wat graag beschikken over de volledige drie bladzijden in deze Belgische kwaliteitskrant om mensen warm te maken voor ons goede doel, ‘Een hart voor ALS’. We zouden samen met de Belgische tenoren van het onderzoek met betrekking tot ALS, en met medewerking van organisaties als de ALS Liga, en misschien nog enkele korte patiëntenverhalen, een heel groot publiek bereiken in onze inspanningen om jullie mee te sensibiliseren om te helpen een einde te stellen aan deze verschrikkelijke ziekte.

Waar ik mijn energie vandaan haal …? Nou dat is eenvoudig. Als er tussen dit en … geen geneesmiddel wordt gevonden ter stabilisatie van mijn ALS, is het er tussen dit en … mee gedaan. Diverse mensen ongelukkig en voor de fans, meteen ook het einde van deze blog.

Dramatisch..? Ongetwijfeld, maar zo is het wel…

En dan drie bladzijden over Nathalia … ik ben er gewoon geen mens van 🙂

Vandaag is het Valentijn. Een prachtige dag voor al diegenen die tevreden zijn met hun partner of hun lief. En ook dit jaar mag ik me weer gelukkig prijzen 🙂 De dag is gestart met een warme zoen en de sfeer zit er in om er een hele leuke dag van te maken. Wel moeten we dringend een andere post zoeken op de radio … 🙂 We worden overstelpt met zeemzoete muziek uit de jaren 80 en 90. Voor drie liedjes is dat leuk, maar dan hebben we het ook gehad … 🙂

Oh ja, ik zou het bijna nog vergeten te vertellen, ook mijn maatje uit West-Vlaanderen is terug op vrijersvoeten. Het is hem gegund, hij heeft veel liefde om te geven. Het wordt ongetwijfeld ook voor hem vandaag een toppertje 🙂 !

Verder is mijn verkoudheid ondertussen voorbij, maar ik heb er gewoon een stuk smetvrees aan overgehouden vrees ik. Ik heb zodanig afgezien, dat ik er alles wil aan doen om te vermijden het nog eens tegen te komen, op zich ook weer geen oplossing natuurlijk …

Moeder, waarom leven wij …?

Fijne dag nog,

Alain

De lenige liefde
 
Je truitjes en je witte en rode
 sjaals en je kousen en je slipjes
 (met liefde gemaakt, zei de reclame)
 en je brassières (er steekt poëzie in
 die dingen, vooral als jij ze draagt)-
 ze slingeren rond in dit gedicht
 als op je kamer.

Kom er maar in, lezer, maak het je
 gemakkelijk, struikel niet over de
 zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen, gaat u zitten.

(Intussen zoenen wij even in deze
 zin tussen haakjes, zo ziet de lezer
 ons niet.) Hoe vindt u het,
 dit is een raam om naar de werkelijkheid
 te kijken, alles wat u daar ziet
 bestaat. Is het niet allemaal
 als in een gedicht?
 
(Herman de Coninck)

6 februari 2012: Het Peterprincipe…

Deze morgen werd mijn aandacht getrokken door een Tweet van een goede vriend, waarbij werd verwezen naar een artikel uit ‘De standaard’ met als titel ‘Een gif dat het slechtste in ons naar boven haalt’ (over het neoliberalisme), een verkorte versie van de keynote speech van Paul Verhaeghe op ‘We strike back’, het stakingsdebat maandagavond laatstleden in Gent. Paul Verhaeghe is klinisch psycholoog en psychoanalyticus aan de UGent. Klik hier voor het volledige artikel.

Hoewel het artikel op een (h)eerlijke manier, maar ook pijnlijk en confronterend, een aantal van de vorige posts op deze blog verder illustreert, zet het toch ook vooral aan tot nadenken. Hoe ontstaat een dergelijke situatie en ook, wat doe je met een dergelijk ‘ongeleid projectiel’ …?

Al mijmerend, dwaalden mijn gedachten af naar het ‘Peterprincipe’ (ook wel ‘Peter Principle’), een wet op het gebied van de organisatiekunde, in 1969 geformuleerd door dr. Laurence J. Peter, die beoogt een verklaring te geven voor het slechte functioneren van veel organisaties. Samengevat duidde dr. Laurence op volgend fenomeen: “In een hiërarchie stijgt elke werknemer tot zijn niveau van incompetentie“.

Het principe is misschien herkenbaar voor jezelf of voor mensen uit de omgeving: je maakt net die ene promotie te veel, waardoor je in een positie komt waarvoor je (net)niet de juiste competenties hebt. Op zich zou dat nog geen drama hoeven te zijn, als je de situatie terugdraait. Maar de praktijk leert dat dit vrijwel nooit gebeurd. Het zou het toegeven van een foute keuze betekenen, voor de werkgever, maar ook voor de werknemer. Trots, weet je wel …

De gevolgen zijn nefast, tal van ondernemingen hebben mensen op cruciale plaatsen die eigenlijk niet de juiste competenties hebben …

Dit doet zich voor in alle regionen van de maatschappij: administratie, productie, politiek, zorgsector, enzovoort. Ik durf de rekening niet te maken …

Ook ik heb dit van dichtbij zien gebeuren, en voor mezelf durf ik de uitspraak niet te doen. Dat laat ik graag over aan anderen 🙂 Maar wat het met je vanbinnen doet, tja…

Wat ik wel weet is dat persoonlijk geluk niet afhangt van de positie die je weet te bereiken. Ik zie rondom mij mensen worstelen met beslissingen omtrent groei, promotie, financiële vooruitgang, en zo meer. Het zijn de sterksten die ook hun gezin, gezondheid, vrije tijd en ontspanning mee als factor in de weegschaal gooien.

Om terug te komen op het neoliberalisme, het principe is zeker niet verkeerd. Het is ook niet aan mij om dit te veroordelen, maar hoe groot is de kans dat de lijnen worden uitgezet door mensen die misschien net die ene promotie te veel hebben gemaakt …?

Iets om over na te denken? Ik vind van wel, en u …?

Ik las ook nog ergens een uitspraak van Karel De Gucht. Hij beweerde dat, mocht de overheid gerund worden als een bedrijf, het binnen de zes maand failliet zou zijn. Peterprincipe in het kwadraat …?

Gelukkig las ik ook wat leuke dingen 🙂 De Buffalo’s hebben weer gewonnen! Een golf van vreugdekreten op Facebook. Ik zag tal van mooie foto’s van het winterlandschap. Ik zag een roodborstje drinken uit onze visvijver. Ik zag kinderen spelen op straat met de slee. Ik zag nog zoveel meer …

De zin om deel te nemen aan al dit leuks, de zin om samen met de kinderen in de tuin te spelen, de zin om te wandelen, …, was dit weekend gigantisch groot. Maar ik moet me blijven concentreren op de kleine dingen des levens. Meestal lukt het me aardig, soms dan ook weer niet.

De gezondheid heeft de voorbije anderhalve week redelijk wat stokken in de wielen gestoken. Het was met ups en downs, en dat is het eigenlijk nog steeds.

Ik verlang naar de lente, zon op mijn huid, het ontwaken met fluitende vogeltjes op de achtergrond.

We zijn niet meer zo veraf, kop op …!

Fijne dag nog,

Alain

Winter
Winter. Je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.
En toch is ook de nacht niet
uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt
is het nooit volledig duister, nee,
er is de klaarte van een soort geloof
dat het nooit helemaal donker wordt.
Zolang er sneeuw ligt is er hoop.

(Herman de Coninck)

 

16 januari 2012: O, ik weet het niet…

Het nieuwe jaar is gestart, de spits is er af … En, ik heb er zin in …! Bovendien schijnt vandaag weer de zon en dat vraagt om meer 🙂

Ik was vroeger al niet zo een fan van de eindejaarsperiode. Kerstdag, dat gaat nog, ik ben een familieman en heb altijd wel gehouden van de typische gezelligheid bij de kerstboom met pakjes, lekker eten en een goed glas wijn. Van oud naar nieuw daarentegen is niets voor mij. De ietwat artificiële supersfeer en geforceerd enthousiasme is er iets te veel aan …

Heeft u trouwens al goede voornemens gemaakt, wellicht wel. En, eerlijk, we zijn nu de 16e januari, wat staat er nog van …?

Behoren uw voornemens tot de categorie ‘ ik ga minder eten, ik ga stoppen met roken, stoppen met drinken of althans drastisch verminderen’, of zitten er ook voornemens bij van het genre ‘ik ga eens zelf de kinderen in bed stoppen, wat meer tijd maken voor mijn gezin, er ook eens zijn voor mijn partner’? Misschien neemt u zich voor u eens in te zetten voor iemand die u kent, of misschien behoort u zelfs tot die categorie die zich in 2012 eens wil inzetten voor een vreemde, ‘charity’ zoals dat zo mooi heet …

Ik heb geen exacte cijfers maar, niet gehinderd door enige kennis van zaken :-), durf ik toch te vermoeden dat 90 % van u minimaal in de eerste categorie zit, 40 % in de tweede, 1 % in de derde en … U raadt het al, over het laatste durf ik me niet uit te spreken …

Op zich houdt deze snelle analyse een voorspelbaar resultaat in: de modale Belg is egocentrisch. Als je tot deze conclusie komt, krijg je soms de vraag of je verbitterd bent. Een wat rare vraag, niet? Op het moment dat je de maatschappij niet voorstelt als een fantastisch werkend raderwerk, blijk je verbitterd … sorry, maar daar moet ik eens goed mee lachen 🙂

Nog goed dat vadertje staat, als een goede huisvader zoals het hoort, zorg draagt voor zijn kinderen, op die manier worden we verplicht om iedereen een maximum aan levenskwaliteit te bieden. Mocht u hierover ook eens de mening van iemand anders willen, lees dan zeker eens een en ander van de Vlaamse essayist en filosoof Stefan Hertmans, vlijmscherp, en heel confronterend …

Ik heb het geluk in mijn omgeving nogal wat mensen te kennen die in categorie drie en vier zitten. Enige ‘reverse engeneering’ brengt je dan natuurlijk wel bij de bron van dit gedrag, ikzelf dus … Maar dat is niet erg, zo werkt dat nu eenmaal…

Man, ik heb al menig traantje weggepinkt bij het zien van de tomeloze inzet van deze mensen, totaal onbaatzuchtig, in de schaduw … respect, echt waar!

Ikzelf heb vannacht wakker gelegen van 1:00 tot 4:00u … een dagje overdaad had daar wellicht enige hand in, maar toch, het was eens nodig. Het was eens nodig om voor mezelf ook weer eens alles op een rijtje te zetten om te bekijken wat ik nu precies dit jaar met mijn tijd ga doen. En ondanks alle wijze woorden in diverse posts op de blog, gaapte de grote donkere diepte van de spreekwoordelijke valkuil …

Ik was weer plannen aan het maken voor ‘Een hart voor ALS’ en meer van dat soort gein… Op het eerste zicht lijkt dat misschien niets mis mee, integendeel … Maar als ik terugblik op de voorbije anderhalve maand moet ik eerlijk bekennen dat dat toch wel een heel intensieve periode is geweest, met veel aangename momenten en verrassende uitkomsten. Er zaten zeker zaken bij waar je je kan aan optrekken, maar de ontgoocheling uit de gebrekkige respons van het bedrijfsleven hebben toch enigszins mijn ogen geopend…

Ben ik jarenlang blind of naïef geweest, misschien wel, deze conclusie durf ikzelf nog niet trekken … Eén ding is zeker, het is niet ( meer ) mijn ‘cup of tea’ … De enkele uitzonderingen niet te na gesproken, maar deze hoeven niet bij naam en toenaam te worden vermeld, zij weten dat wel zelf …

Mijn eerste stap deze morgen was dan ook mijn account op LinkedIn verwijderen, mijn business netwerk, weet je wel … Bij de poging tot annulatie kon ik kiezen uit een rijtje van de redenen waarom, mijn keuze stond erbij: ‘het netwerk levert niet het resultaat dat je ervan verwacht’… Gewoon aanklikken, kat in bakkie, weg ermee … Doorgaan zolang het energie oplevert, stoppen als het energie kost …

Op het vlak van zich in te zetten voor de medemens, meen ik samen met vrouw, familie, buren en vrienden, ons deeltje te hebben bijgedragen. Ik geef de fakkel graag door aan de volgende atleet … 🙂

Ik heb daar trouwens nog een leuke theorie over. Zoals je weet is er tot op vandaag nog geen geneesmiddel voor ALS, in het beste geval is er een medicament die minimaal vertragend werkt. Dit kost de maatschappij gigantisch veel geld. Ik was eens begonnen met rekenen hoeveel een gemiddelde ALS patiënt kost aan de maatschappij, ik durf de resultaten helaas niet meegeven …

Er zijn twee manieren om daar paal en perk aan te stellen: je kan me bij een eerstvolgende ontmoeting op straat omver rijden, of we kunnen met zijn allen extra investeren in het zoeken naar een geneesmiddel via sponsoring van research. In het eerste geval komt u in de situatie ‘ga direct naar de gevangenis, ga niet langs start, u ontvangt geen geld’…  U wordt veilig opgeborgen en de maatschappij bekostigt uw verblijf voor de komende 25 jaar met als kostprijs een bedrag dat de kostprijs voor een ALS patiënt ruimschoots overstijgt. Niet echt een oplossing dus.

In het tweede scenario wordt van de maatschappij een inspanning gevraagd met gegarandeerde Return on Investment (aka ROI). Ervan uitgaande dat er, bij voldoende terbeschikkingstelling van financiële middelen, binnen de 10 jaar een geneesmiddel wordt gevonden, komen we erop uit dat u in alle daaropvolgende jaren niet meer hoeft bij te dragen aan de gigantische kost die een ALS patiënt met zich meebrengt. Bingo dus! U tevreden en ik ook, wat kan een mens meer wensen.

Het verbaast me dat er in de huidige maatschappij te weinig op die manier wordt gedacht. Het funderen van bovenstaande theorie met verhelderend cijfermateriaal is een mooie oefening om te maken. De kans dat ik er zelf iets aan veranderen is wellicht niet zo groot, maar bij deze mijn bescheiden bijdrage 🙂

Bij wijze van stil protest heb ik besloten mijn haar te laten groeien. Neen, geen grap, pure ernst 🙂

Wie mij en mijn coiffure een beetje kent, weet dat dit een niet onaardige uitdaging is. Mijn haar blijft namelijk rechtdoorgroeien tot … ik weet het eigenlijk niet, maar daar komen we dus met zijn allen de komende maanden achter. Ik moet dan de ‘Monchici’ fase door, u weet wel, dat charmante aapje uit de jaren 70.

Spontaan word ik herinnerd aan een mooie anekdote uit die jaren. Mijn zus had toen na lang zagen zo een exemplaar bemachtigd. We waren toen in Zuid Frankrijk bij temperaturen boven de 30°. Het ‘zorgen voor’ zat er bij mijn zusje toen al in … Bij een eerste uitstap, besloot ze dat het aapje aan rust toe was. Geen betere plaats dan de hoedenplank. Toen wij een tweetal uurtjes later terugkwamen was het keiharde kopje van het aapje door de hoge temperatuur volledig ingezakt. Het beetje zag eruit alsof hij al uren aan een stuk aan het proberen was zijn eigen naam uit te spreken 🙂 Hilarisch vond ik dat natuurlijk, in tegenstelling tot mijn zus …

Dat wil ik dit jaar meer doen, lachen, plezier maken, energie stoppen in die zaken die mij een goed gevoel geven. Mijn tijd spenderen met vrouw en kinderen, de tijd die ons rest koesteren als de grootste schat.

In alle hectiek van eindejaar en campagne voor de liga was ik een beetje aan het vergeten wat me gelukkig maakt. De kleine dingen, weet je wel …

Ik wil deze post dan ook afsluiten met een heel mooi gedicht van de ondertussen helaas overleden Vlaamse dichter Herman de Coninck, een man die poëzie toegankelijk maakte voor het grote publiek:

O, ik weet het niet
 
o ,ik weet het niet,
 maar besta, wees mooi.
 zeg: kijk, een vogel
 en leer me de vogel zien
 zeg: het leven is een brood
 om in te bijten en de appels zien rood
 van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
 leer me huilen, en als ik huil
 leer me zeggen: het is niets.
 
(Herman de Coninck)

10 januari 2012: Het opperhoofd en zijn mooie vrouw…

Deze post behoeft geen introductie, mooi zonder meer…

Om bij te houden voor als je het eens nodig hebt…

Er trouwde eens een jong Indianen-opperhoofd. Hij nam het mooiste meisje van zijn stam tot vrouw. Hij kon zijn geluk niet op, maar dat duurde niet lang. Vlak na het huwelijk werd de bruid erg ziek. Het opperhoofd wist zich geen raad bij de gedachte dat zijn vrouw zou kunnen sterven. Hij stuurde zijn mannen alle richtingen uit om hulp te halen. Hij riep alle tovenaars van de wereld bij zijn vrouw, maar ook zij konden de verschrikkelijke ziekte niet genezen.

Zijn mooie vrouw stierf. Het hart van het opperhoofd was gebroken. En niets hielp daar tegen. De jacht niet, de veldtochten die hij maakte en ook de slaap brachten geen verlichting. Het dappere opperhoofd kon zonder zijn vrouw niet leven. Hij wilde haar in zijn tent hebben, hij wilde naar haar kijken, met haar praten. En daarom ging hij op zoek naar een goede houtsnijder, die zijn vrouw uit hout kon snijden. Hij zocht lange tijd, ging van de één naar de ander, maar tevergeefs. Niet één kon haar snijden zoals ze was.

Na een jaar keerde het opperhoofd zonder resultaat naar zijn dorp terug. Aan de rand van het dorp kwam hij een oude man tegen. De oude man sprak hem aan en zei: “Je loopt wel van het ene dorp naar het andere, op zoek naar een goede houtsnijder die jouw mooie vrouw uit hout zou kunnen snijden, maar je zoekt het veel te ver. Je vergeet in je eigen dorp te zoeken. Ik heb je vrouw vaak gezien en ik herinner me haar beeldschone gezicht. Als je wilt, zal ik haar uit hout snijden.”

Het gezicht van het opperhoofd klaarde op, hij zei: “Probeer het, oude man, probeer het, je zult me er een groot plezier mee doen.”

En de oude man ging aan het werk. Aan zee was enige tijd geleden een prachtig stuk hout aangespoeld. De oude man gebruikte dit hout en begon het te bewerken. Hij sneed lange tijd, werkte ijverig door, tot zijn werk klaar was. Toen ging hij naar het opperhoofd en sprak: “Het is klaar, komt u maar kijken, opperhoofd.”

Het jonge opperhoofd ging de tent van de oude man binnen en zag zijn vrouw. Ze zat precies zoals ze altijd gezeten had. Ze had dezelfde kleren aan, die ze altijd gedragen had. Ze was net zo mooi, als toen hij haar tot vrouw genomen had.

Het opperhoofd was dolblij. Zijn verdriet werd minder en zijn geluk keerde terug. Hij droeg zijn mooie vrouw van hout naar zijn tent en de houtsnijder werd rijkelijk beloond.

Vanaf dat ogenblik was het opperhoofd niet meer alleen. In de tent zat de mooie vrouw, ze had de kleren van zijn vrouw aan, ze droeg de pels van een marter, ze had haar gezicht. En het opperhoofd sprak met haar, alsof ze in levenden lijve voor hem zat. Het opperhoofd zat bij haar, het opperhoofd at bij haar, het opperhoofd vertelde haar alles wat er gebeurde. Hij vond het alleen jammer, dat zijn mooie vrouw nooit eens iets terugzei.

Maar op een dag gaf ze antwoord. Op een dag zat het opperhoofd weer bij haar en de vrouw bewoog zich, alsof ze zuchtte. Het jonge opperhoofd geloofde zijn eigen ogen niet. Maar de mooie vrouw van hout bewoog zich voor de tweede maal en nog eens. De mooie vrouw van hout ademde. Maar spreken kon ze niet. En haar handen en voeten bewegen kon ze ook niet. Maar het hart van het opperhoofd sprong open van geluk. Zijn mooie vrouw begon weer te leven.

Lange tijd leefde het jonge opperhoofd met zijn mooie vrouw van hout. Lange tijd was hij gelukkig met haar. Maar ook dit geluk was niet eeuwig. Op een dag zat hij bij zijn vrouw, toen hij een diepe zucht hoorde en daarop een krakend geluid, alsof er een boom werd omgehakt. De mooie vrouw van hout stierf. Toen hij haar van de plaats waar ze altijd gezeten had optilde, zag hij daar een boompje uit de aarde steken. Na korte tijd stak de boom dwars door het dak van zijn tent en het werd een prachtige hoge boom. Zo’n statige boom hadden de mensen nog nooit gezien. Ze gaven hem de naam Rode Ceder.

De Rode Ceder groeit nu overal waar de Indianen wonen. Maar de grootste en de mooiste ceders groeien daar, waar eens het jonge opperhoofd met zijn mooie vrouw woonde. De mensen komen van heinde en ver om daar ceders te halen. En als ze een bijzonder mooie en hoge ceder zien staan, dan zeggen ze: “Ze ziet er uit als de dochter van de mooie vrouw van het opperhoofd.”

22 oktober 2011: Moeilijke dagen…

Deze week is er een wezentje mijn persoonlijke dampkring binnengedrongen, en dat zonder enige verwittiging of waarschuwing. Een wezentje dat al geregeld eens aan de deur heeft geklopt, maar dat ik tot deze week altijd heb kunnen verjagen…

Het is klein, lijkt een beetje op de trol uit Harry Potter, en het verspreid een geur van pure zwavel. Het ademt zwaar en spreekt met een koude, krakende stem. Plots was het daar, ik keek naar links en daar zat hij, zomaar op mijn schouder. De ganse week heeft hij geprobeerd op mij in te hakken, mij gedachten in te fluisteren gaande van licht -, over donkergrijs tot zwart. En wat ik ook probeerde, het schriele wezentje weigerde om weg te gaan…

Ik denk te weten hoe het komt, dat hij zich door mijn schild heeft weten te murwen, de dagen zijn vrij zwaar geweest en bovenop was ik deze week heel moe. Ideale omstandigheden dus voor de kleine rakker…

Mijn vrouwtje en ik hebben moeilijke gesprekken gevoerd, over zaken die moeten geregeld worden, over ‘wat als…’. Het voelde aan alsof ik mijn eigen begrafenis aan het regelen was…

Maar zover is het natuurlijk niet, en wat ons betreft, nog lang niet 🙂 , maar je moet het ééns doen… en het juiste moment daarvoor bestaat natuurlijk niet. Dus, de zure appel kan dat maar beter doorgebeten worden… Maar ik had niet verwacht dat het kleine wezentje ook zou aanwezig zijn, of toch tenminste niet zo nadrukkelijk…

Er zaten nochtans ook enkele leuke dagen tussen, een weekje geleden verjaarde mijn moatje uit West-Vlaanderen, Bartel. Omdat hij de vrijdag niets aan de hand had, hebben we een culinair feestje georganiseerd. Champagne, lekkere wijnen, en daarbovenop een lekkere wildmaaltijd geprepareerd door mijn vrouwtje, leuke herinneringen opgehaald, en genoten in het kwadraat, gewoonweg een onvergetelijke avond.

Vrijdag kwam mijn dochter Julie thuis met een schitterend rapport, wat een verademing, en wat een mooie beloning voor het werk dat zij heeft gedaan. Het wordt nu een kwestie van volhouden, op karakter dus, duimen jullie even mee…?

De absolute topper kwam er gisterenavond. Het vreemde wezentje op mijn linkerschouder, weet je nog, die moest en zou verdwijnen. Maar hij had zich voorgenomen zich niet zomaar te laten doen. We konden dan maar beter alle registers opentrekken, en dat hebben we ook gedaan. Ik had een verrassing voor mijn vrouwtje, en geloof het of niet, ik heb het tot verrassing kunnen houden tot het laatste moment. Onlangs zei ze dat ze het wel leuk zou vinden dat we nog eens lekker uit eten zouden gaan. En zo gebeurde het, in een restaurant op enkele honderden meters van ons huis, was er een speciale thema avond rond de jacht, alweer Wild dus, met de grote W 🙂

Als kers op de kaart had ik ook mijn lieve zus en dito schoonbroer uitgenodigd. De verrassing had compleet geweest moest mijn vrouwtje niet zo goed zijn in het onthouden van nummerplaten. We waren nog maar net op de parking of ze had het al gezien, we zouden met vier aan tafel zitten en niet met twee… 🙂

Het eerste kwartier heeft de kleine kwelduivel standgehouden, om dan een eerste keer tegen de vloer te gaan. Het genadeschot kwam er op het einde, hij hoefde slechts eenmaal te ruiken aan de schitterende Ardbeg Uigeadail (één van de toppers uit de Schotse eiland distilleerderijen ) en  lap, hij tuimelde prompt van mijn schouder. “Tot nooit meer” heb ik hem nog nageroepen, maar de vastberaden blik in zijn ogen deed anders vermoeden…

Ik hoop dat hij mij een tijdje gerust laat, want op een zwak moment ben ik er niet tegen opgewassen…

Sommige mensen leven om te leven.
Anderen om te proberen zo laat mogelijk dood te gaan.
(Wim Kan)

17 oktober 2011: Tristane Banon en de bronstige beer…

Op de gekende vraag uit het gelijknamige televisieprogramma ‘Mag ik u kussen?’ antwoordde Tristane: “Ba-non”, maar DSK (aka ‘Bronstige Beer’) begreep dat als een ‘Ba-oui’… en hop, zoals in de helaasheid der dingen, gaat het karretje acht jaar na datum aan het rollen…

DSK, oftewel Dominique Strauss-Kahn ( een naam die doet denken aan wereldvermaarde componisten en dito goalies), had het nochtans kunnen weten. Hier in België zijn er al mee vertrouwd, Non = Non, n’est-ce pas Madame… 🙂

Toen hij trouwde had hij zijn vrouw nochtans gewaarschuwd, hij was geen man voor één vrouw… Mevrouw SK nam het er graag bij, nu ja, graag…? De gerezen ster binnen de Franse ‘Partie Socialiste’ en gedoodverfd uitdager van de ‘grote kleine’ Sarkozy bracht het tot directeur van het Internationaal Monetair Fonds en bekleedde met dit ambt alles wat je ‘een machtspositie’ zou kunnen noemen. Maar deze brave man zag/ziet de graaicultuur (Ola Indignados), bij uitbreiding, ook op vrouwen toepasselijk…

Met een houding van ‘niets kan mij deren’ en met genoeg (… ) financiële middelen om zich al meerdere jaren een legertje advocaten te kunnen permitteren die continu het pad voor hem effenen, brengt hij menige gedachten terug naar de middeleeuwen, want zeg nu zelf, het gaat er vandaag wat gesofistikeerder aan toe, maar is het verschil écht zo groot…?

Neemt niet weg dat het publiek maken van DSK’s frivoliteiten qua timing voor sommigen echt wel goed uitkwam. Na Kuifje dus “DSK in Amerika”… Kleine voorspelling, de man had het waarschijnlijk gehaald bij de presidentsverkiezingen in de lente van 2012, of toch minstens dicht geëindigd. Hij heeft charisma en (professioneel) een serieuze staat van dienst. Maar dat verhaal is nu wel over, toevallig, of waren er andere machten in het spel…? We zullen het wellicht nooit met zekerheid weten…

De bevallige Tristane kende eveneens een beloftevolle carrière, niet in de politiek, maar dan ook weer niet zo veraf, ze werd journaliste en verkreeg naam en faam door het schrijven een essay en enkele romans. Buiten Frankrijk was ze minder gekend, dat is nu ondertussen wel anders… Deze week verschijnt haar nieuwe boek, ‘Le Bal des hypocrites’ (De Dans Van De Hypocrieten)’, waarin ze zich beschuldigend uitlaat ten aanzien van haar belager DSK. Poging tot verkrachting en seksuele agressie. Wat een verschil met ‘Mag ik u kussen?’…

Wordt DSK de nieuwe kop van jut op de komende carnavalsdagen in Aalst (Tip:meester Vermassen, misschien kunnen we DSK voor de gelegenheid ‘profilen’ als nieuwe superheld, ‘Sexual Agressor’ bijvoorbeeld…?). Maar waarschijnlijk moet hij de duimen leggen voor de niet tanende populariteit van de Aalsterse burgemeester, aka de ‘Torenpoeper’, alweer een seksueel getint verhaal. Wat is dat toch met die politiekers…?

Dit weekend viel mijn oog op een zoveelste artikel omtrent deze saga, het schrijven van Tristane wordt omschreven als therapeutisch, iets wat ze doet om iets van zich af te schrijven, waardoor ze zich nadien beter voelt…

Ik moest direct aan mijn blog denken en was al snel dankbaar voor de nieuwe inspiratie… 🙂

Het is bijna drie maanden geleden dat ik besloot te starten met de blog, voor wie het zich nog herinnert, met de bedoeling om een en ander van me af te schrijven, therapeutisch…?

Wellicht wel, hoewel het niet altijd de verhoopte verlichting met zich meebrengt. Het schrijven doet me nadenken, doet me spitten in mijn gevoelens, doet mij ( soms meer dan ik wil ) denken aan de toekomst. En wat dat laatste betreft, dan vooral het nadenken over een manier om ermee om te gaan…

Het is me trouwens nog steeds niet gelukt. Het belangrijkste gevoel dat mij treft is angst. Ik zei het vroeger  bij een moeilijke situatie bij een klant vaak al lachende tegen onze consultants: “Niet bang zijn, het komt allemaal in orde…”. En nu herhaal ik het zelfde zinnetje voor mezelf, als een mantra… Grote verschil met het vorige is dat dat altijd op te lossen viel, vandaag is het helaas bij mij anders…

Ik schreef het ooit al eens, de confrontatie met de spiegel… Wel het is er ondertussen niet beter op geworden. Ik zie nog steeds de weerbos in mijn korte haar, ik zie mijn ogen, mijn neus, mijn mond, maar voor de rest zie ik een lichaam dat precies niet het mijne is, het beweegt ook niet meer, of nauwelijks… Ondertussen zie en voel ik mijn borstkas snel op en neer gaan… Wat als het zo verder evolueert, ja sorry, dat maakt me bang

En toch, je ontmoet mensen die je kennen, en die zeggen dat ze verrast zijn dat je er nog zo goed uit ziet… Wat een verschil in perceptie, zou dat het positivisme kunnen zijn, de wilskracht om te overwinnen, de niet aflatende droom samen met mijn vrouwtje oud te worden, de vurige wens mijn kinderen groot te zien worden en later aan de kleinkinderen straffe verhalen te vertellen aan de haard,…

Ik hoop dat het dat is, dat is ook hetgeen ik wil uitstralen…! En wat de blog betreft, ik heb de indruk dat jullie het wel leuk vinden dus zal ik nog maar wat verder doen… 🙂

Tijdens mijn univ-jaren heb ik het geluk gehad les te krijgen van professor Etienne Vermeersch. Filosofie nota bene. Ik vond dat een schitterend vak en op een schitterende manier gebracht. Het was ook een van de weinige vakken waarvoor ik in één keer geslaagd was…

Ik kwam deze week toevallig ergens een quote tegen van deze man, een quote die ik heb opgeslagen tussen de demonen in mijn hoofd, een quote die ik jullie niet wil onthouden:

 “Wie in god gelooft hoeft niet bang te zijn en wie niet in god gelooft hoeft helemaal niet bang te zijn”.
(Etienne Vermeersch)

Have a nice day,

Alain

10 oktober 2011: Steve Jobs, RIP… En nu…?

Opzij, opzij, opzij,
maak plaats, maak plaats, maak plaats,
wij hebben ongelofelijke haast…

Met dit gevoel, bezongen door Herman van Veen, werd ik deze morgen wakker. Er is zoveel gebeurd de voorbije dagen, waarvan het meest aangrijpende nieuws wellicht het overlijden van Steve Jobs, de (mede) oprichter van Apple, is geweest.

Mijn hoofd zit vol met woorden, halve zinnen en constructies van teksten voor de blog. Ik moet dringend iets neerschrijven, voordat het me weer ontsnapt. Werd ook wakker met energie voor 100.000 man,  ik heb een zalig weekend gehad. Ik heb zin in deze morgen, in deze dag, in deze week… Ik heb zin om te leven, meer dan ooit tevoren.

We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan… , dat gevoel bedoel ik dus…

Met de blog hebben we bijna de kaap van de 5000 hits bereikt,  en dat op enkele maanden tijd. had dat nooit gedacht toen ik eraan begon. Maar vandaag, elke dag, doet het deugd te zien dat jullie wat ik schrijf zinvol vinden. Ik kreeg zelfs ook nog de vraag of het oké is dat de link van de blog wordt doorgegeven. Dat is het zeker, het is leuk te zien dat jullie geïnteresseerd zijn in mijn/ons verhaal, en dat het hier en daar zelfs voor inspiratie zorgt. Dank jullie wel, lieve lezers!

Maar goed, Steve Jobs dus…

Er is zoveel geschreven de voorbije dagen. Over het leven van, over zijn befaamde speech in 2005 aan de universiteit van Stanford, over Apple, over successen en mislukkingen, over de man en kalligrafie, over charisma, over zijn rol in de geschiedenis, zelfs over mensenrechten…

Wat is dan de zin of onzin van nog een extra post op de blog vraag je je misschien af…?

Wel, in de eerste plaats als een zoveelste eerbetoon. Want ja, ook ik heb veel respect voor deze iGod, en ja, ook ik ben deze week een beetje iSad…

Maar daarnaast durf ik mij ook te wagen aan een kleine analyse over de manier waarop de man succesvol is geworden, en dan vooral in vergelijk met zijn generatiegenoot Bill Gates van mastodont Microsoft…

Je kan het al zien op de foto’s die de voorbije dagen in de kranten zijn verschenen van een gezamenlijk interview dat ooit werd gegeven. Deze twee mensen zijn anders, ze zien er anders uit, ze kijken anders, ze praten anders, en meest van al, ze werken anders…

Graag gebruik ik voor deze situering termen uit de ‘supply chain’, namelijk ‘push’ ( duwen ) en ‘pull’ ( trekken ). Hoort u het in Keulen donderen, geen paniek, zo dadelijk wordt alles duidelijk 🙂

Deze termen, origineel afkomstig uit de marketing, duiden op een verschillende manier van een product aan de man te brengen. Bij ‘Push’ zal de fabrikant een strategie ontwikkelen om de verkoop te stimuleren, door het product nadrukkelijker op de markt te voorzien ( bijvoorbeeld door eigen winkels te openen, meer ruimte te claimen in grootwarenhuizen, enzovoort ). Bij zijn tegenhanger, ‘Pull’, zal de strategie erop gericht zijn de interesse bij de consument te bewerken en/of op te wekken, zodat de klant zélf naar het product op zoek gaat en, idealiter, het product gewoon móet hebben…

Even voor jezelf, al een idee waar we naartoe gaan?

Juist, Microsoft zit duidelijk aan de ‘Push’ kant. Like it or not, de producten worden je figuurlijk de strot in geramd… Los van de discussie welke nu de beste kantoorsoftware is, je vraagt het je in vele gevallen niet meer af, of het is zelfs zo dat je het gevoel hebt geen keuze te hebben ( of sterker nog, er is geen keuze wegens het gebruik van een specifiek type hardware ). Maar het verkoopt, uiteraard…

Zit Apple dan aan de andere kant? Het antwoord lijkt evident, maar is het dat ook?

Steve Jobs en zijn strategisch team zijn er in geslaagd ( vanaf de iSeries) producten in de markt te zetten die je als gebruiker wil. Er is keuze zat aan alternatieven, maar neen je wil de iPod, iMac, iPhone of iPod. Omdat het er goed uitziet, omdat het sexy is, omdat het je onderscheidt,…?

Maar, Steve Jobs gaf ook aan helemaal niet te luisteren naar de consument. Hij beweerde te weten wat wij nodig hadden, en op basis daarvan ontwikkelde hij zijn producten. Hij is erin geslaagd ons zijn producten te doen willen. Als prestatie kan dat tellen. Want neen, hij was geen technologisch wonder, zijn producten gebruiken vaak reeds bestaande technologie, hij was ook niet innovatief, maar hij wist beter dan wie ook ons brein te bespelen.

Is het dan ‘Push’ of ‘Pull’, ik laat het antwoord open…

In De Morgen werd nog fijntjes meegegeven dat Apple het als bedrijf het niet altijd zo nauw neemt met de mensenrechten. De productie van bijvoorbeeld de iPad gebeurt in het Verre Oosten in mensonwaardige omstandigheden. We nemen er notie van…

Halloooo-oo, keert u nog even terug naar de vorige paragraaf alstublieft. U neemt er notie van…?!? U heeft het goed gelezen, het maagdelijke wit van de iSeries is hier en daar wat besmeurd met bloed…

Ziet u de volgende keer bij een of andere betoging georganiseerd door dierenactivisten de witte oortjes uit de binnenzak verschijnen, denk dan even na… Consequent zijn boven alles, niet?

Ik las ook nog een artikel van de hand van Johan Braeckman, hoogleraar filosofie aan de Universiteit Gent. Het artikel kreeg als titel ‘De opvolger van Steve Jobs is een neurochirurg’ en trok omwille van het laatste woordje mijn aandacht…

De heer Braeckman herinnert via een kort historisch overzicht aan een aantal figuren uit de geschiedenis die een belangrijke rol hebben gespeeld in het ‘vermenigvuldigen en beschikbaar stellen van gegevens/informatie’. Enkele klinkende ( ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar dat ligt natuurlijk aan mezelf, wegens mijn ongebreidelde interesse in geschiedenis 🙂 ) passeerden de revue: Marshall McLuhan, Aristoteles, Gottfried Wilhelm Leibniz, en zo meer.

Eveneens vanuit dezelfde pen, wordt Steve Jobs omschreven als, en ik citeer, “de man is één van de mensen die het mogelijk maakten dat we overal en op elk moment toegang hebben tot een virtueel oneindige hoeveelheid informatie. Dat is zijn betekenis, zijn grote historische rol.”

Tot slot waagt de filosoof zich ook aan een voorspelling van wat de volgende stap zou kunnen zijn. Hij omschrijft de huidige, nog steeds noodzakelijke, apparatuur ( computer en andere ) als een te vermijden tussenstap en alludeert naar een rechtstreekse communicatie naar onze hersenen, oftewel het rechtstreeks intern binnenbrengen van gegevens. Hij sluit af met de zin: “De opvolger van Steve Jobs is een neurochirurg die weet hoe hij chips in mijn brein kan integreren”.

Ik hoop dat deze chirurg vandaag opstaat, want dan zou waarschijnlijk ook een oplossing voor mijn ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose) in de maak zijn..

Persoonlijk denk ik dat er eerst nog een andere belangrijke stap noodzakelijk is: orde scheppen in de informatiechaos. Zou dat geen historische verdienste zijn. Zeg nu zelf, zou u het niet appreciëren mocht u bij het opvragen van bepaalde productinformatie rechtstreeks op de juiste plek uitkomen en niet eerst de tientallen zoekertjes te moeten doorstaan…?

Enfin, ik zou zo nog een tijdje kunnen doorgaan, maar de vraag is natuurlijk weer of u daar zit op te wachten 🙂

Uiteindelijk wil ik ook mijn traditie trouw blijven en al dan niet rakelings de ALS en bijhorende beslommeringen aanraken. Ik zou het willen doen via een extract uit de befaamde speech van Steve Jobs aan de universiteit van Stanford ( het had net zo goed in de basisschool van Tervuren kunnen zijn 🙂 ).

In 2005 wist Jobs al dat hij ziek was. Hij besefte ook dat de gezondheid niet te koop is, en dat de strijd ook wel eens verloren zou kunnen worden…

“Niemand wil sterven,” zegt Jobs, “zelfs mensen die naar de hemel willen zijn niet bereid te sterven om daar te komen. En toch is de dood een bestemming die we allen delen. Niemand is er ooit aan ontsnapt. En zo hoort het. Want de dood is waarschijnlijk de beste uitvinding in het leven. Hij is de bewaker van de verandering. Hij ruimt het oude uit de weg om plaats te maken voor het nieuwe.

“Nu zijn jullie het nieuwe, maar je zult stilaan het oude worden en uit de weg geruimd worden. Sorry dat ik zo dramatisch ben, maar het is erg waar. Je tijd is beperkt, dus verkwist hem niet door het leven van iemand anders te leiden. Laat je niet gevangennemen door een dogma – leven met het resultaat van andermans denken. Laat het rumoer van andere meningen je innerlijke stem niet overstemmen. En het belangrijkste: heb de moed je hart en intuïtie te volgen. Die twee weten nu al wat je ooit echt zal worden. De rest is bijzaak.”

Een fijne dag,

Alain